• Production Diary 4

    Ik zit alweer bijna twee weken in Uganda en dus is het de hoogste tijd voor de tweede production diary vanuit locatie. Zeker nu er wat afspraken zijn verschoven en de zon langzaam de ogen sluit is het goed om terug te blikken op alles wat ik en Niki de afgelopen dagen hebben ervaren.

    De vorige keer lifilmen in kindertehuiset ik jullie achter bij onze voorbereidingen op de reis naar Julienne’s project Blessings4You. Eind vorige week waren we daar drie dagen te gast. Maar niet voordat we de Khadaffi Mosque in Kampala hadden beklommen om vanuit de hoogste toren geweldige panoramashots van de stad te draaien. En een shot dat nog het meest doet denken aan Terrence Malick’s glas in lood shot in the Tree of Life.

    De volgende dag vertrokken we naar Jinja, waar ons een blik in de keuken en de ziel van het project Blessings4You werd gegund. De enorme openheid van Brian interview met Brian Moses OkelloOkello en Julienne Meijer was erg mooi om te ervaren. Ze vertelden uitgebreid over hun projecten, hun ervaringen en de missie die ze willen vervullen. Het blijft natuurlijk hun kant van het verhaal en daarom dat we vandaag, dinsdag de 10e juli, in gesprek gingen met Sander van Zanten, algemeen directeur van ICU. Zijn visie op hoe je een particulier initiatief opzet en duurzaam houdt, getuigt van veel praktijkervaring en een gezonde, realistische blik op dergelijke ondernemingen.

    Samen met Brian, onze geluidsman Peter Kalimbe en freelance fotograaf Denis Dibele trokken Niki en ik vorige week ook Masese in, de sloppenwijken van Jinja. Nadat we daar een kwartier hadden gefilmd begon er iets te knagen. Ik had het gevoel rond te lopen in een reportage. De beelden die ik zag kende ik al, de kinderen met dikke buikjes waren een bekend fenomeen. Wat ik filmde was al ontelbare malen vastgelegd. Toen viel mijn oog op een klein kindje, hooguit drie jaar oud. Het zat op een gifgroen potje midden op straat. Het open riool stroomde langs het kind naar een onbekende bestemming. Het kind keek me recht aan. De ogen wijd opengesperd. Het lachte bij het zien van de enorme camera. Die ogen van het kind. Van iedereen. Getekend door ellende, armoede, ziekte en honger, maar ook lachend van plezier bij het zien van deze bonte optocht van mensen, blank en zwart, met hun enorme camera’s, lenzen en geluidsapparatuur. De paradox van hun levenssituatie.

    filmen in sloppenwijk MaseseTijdens onze tour door de wijk mochten we ook wat huizen bekijken. Huizen die te omschrijven zijn als raamloze bouwwerken van een paar vierkante meter groot. Geen streepje zonlicht komt er naar binnen, de stank is niet te omschrijven. In het huis slapen zo een 8 personen vertelde Brian me. Ik staarde hem vol ongeloof aan en zette snel de camera aan. Het had weinig nut, het was er te donker. Maar misschien omschrijft het shot wel de kern van de sloppenwijk. Een duistere plek, waar een normaal leven onmogelijk is.

    Nog geen dag later hang ik meer dan een etmaal boven en naast het toilet. Vermoedelijk een voedselvergiftiging, en anders wel een bacteriële infectie, opgelopen in de sloppenwijken. De rest van het weekend gebruik ik om bij te komen. En om na te denken. Ik bedenk me wat ik heb en wat zoveel mensen op deze aarde niet hebben. En gek genoeg kom ik niet eens bij mijn luxe uit. Daar werk ik zelf ook hard voor. Nee, wat ik echt heb zijn de mensen om mij heen. In goede gezondheid, geletterd, de ogen gericht op de toekomst. Niet bezig met overleven op een plek waar ineens een bonte optocht van mensen plaats kan vinden. Die weer even snel gaan als ze gekomen zijn.

    Kwaheri ya kuonana

    Coen Haver