• Vijf kernelementen

    In de verhalen van de hulpgevers komen deze vijf kernelementen naar voren.

    1. Duurzaamheid en continuïteit

    Veel initiatiefnemers verzamelen een bedrag om bijvoorbeeld een school te bouwen en een aantal leraren aan te nemen. Nadat dit succesvol bewerkstelligt is komt al snel de vraag; “hoe nu verder”? Wanneer eindigt het project eigenlijk? En vooral; hoe wordt het project uiteindelijk succesvol in stand gehouden zonder steun van de hulpgevers? Wanneer is het duurzaam?

    2. Context

    Werken en hulp geven in een ontwikkelingsland is een hele andere onderneming dan in Nederland. Wat gebeurd er met de omgeving zodra je met veel geld een project komt opzetten? Bestaan er soortgelijke projecten in de buurt of elders in het land? Zijn mensen altijd zo dankbaar als ze lijken of is dit een culturele norm die Nederlanders anders ervaren? De context waarin je in een ontwikkelingsland werkt is volledig anders: er bestaan cultuur verschillen, werk-methodes zijn anders, sociale omgangsvormen zijn ons vreemd, politieke krachten ondoorzichtig, overkoepelende regelingen en landelijke programma’s onbekend, en het ritme van het leven heeft een ander tempo. Deze verschillen leiden vaak tot onbegrip en frustraties. Wat voor ons een logische oplossing lijkt, kan elders het begin van een probleem zijn. Ons gezonde boerenverstand is hierbij eigenlijk een (t)huisverstand en werkt simpelweg niet overal op de wereld.

    3. Vertrouwen en controle

    Afrikaanse landen staan bekend om hun natuurlijke schoon en vriendelijke mensen, maar ook om corruptie en armoede. Veel particuliere hulpgevers gaan partnerschappen aan met lokale mensen en organisaties. Een veelvoorkomende uitdaging daarbij is volledige vertrouwen hebben in lokale partner(s). In hoeverre geef je controle over het project uit handen aan lokale partners en wat doe je als je merkt dat zaken niet verlopen zoals jij ze verwacht of graag ziet verlopen? Wat doe je bijvoorbeeld als je merkt dat de partner elke keer een klein percentage van de door jou ingezamelde fondsen in zijn zak steekt? Veel hulpgevers ervaren op dit punt frustraties en reageren door sterker te gaan controleren wat de handelingsruimte van de lokale partners sterk beperkt en hun kansen om eigen initiatief te nemen verkleint.

    4. ‘Top-down’

    Een veelvoorkomende gedachte en aanname onder ‘westerse mensen’ is dat ‘ontwikkelden’ in staat zijn de juiste en effectieve hulp en kennis te bieden aan mensen in ontwikkelingslanden. Ondanks toenemende aandacht voor lokale capaciteiten, blijft het lastig om volledig te accepteren dat wij misschien helemaal niet weten wat ontwikkeling brengt in andere landen en culturen. Is de kennis die ons ontwikkeld heeft ook de kennis die elders op de wereld nodig is? Wat betekent ‘ontwikkeling’ eigenlijk?

    5. Hulp-roes

    Hulp bieden geeft een goed gevoel. Deze warme, goede gevoelens worden versterkt door de vele positieve reacties die hulpgevers ontvangen vanuit hun omgeving. Deze goede gevoelens dragen bij tot een zogeheten ‘hulproes’. Hierdoor wordt objectieve reflectie en kritisch nadenken over je eigen project erg moeilijk. Waarom is hulp geven een emotioneel onderwerp? Waarom is kritiek op hulp geven ‘flauw’ of ‘not done’? “Er gebeurt tenminste iets” is een veelgehoorde uitspraak waardoor de kwaliteit van de projecten een lagere prioriteit krijgt. Het gaat er uiteindelijk toch om dat de hulpontvangers de beste hulp ontvangen wanneer zij dit echt nodig hebben?